|
|
| ||
|
|||
|
De keuze van snijmaïs
In dit artikel een aantal adviezen van Alpuro om een optimale snijmaïskwaliteit voor blank vleeskalveren te realiseren. Een eenduidig advies is niet mogelijk. De mogelijkheden en toepassingen zijn immers per bedrijf verschillend.
Houdt u echter rekening met minimaal de volgende aspecten: IJzergehalte De raskeuze heeft weinig invloed op het ijzergehalte in de snijmaïs. Het proces heeft daarentegen veel meer invloed. Het is daarom aan te bevelen met name op natte percelen vroegrijpe snijmaïs te kiezen. Te laat rijpe rassen verhogen de kans op oogsten in natte perioden. Hierdoor wordt de grond-insleep (en dus ijzer) in de maïskuil verhoogd. Droge stof gehalte Alpuro adviseert een droge stofgehalte in de snijmaïs van 34-35%. Hogere gehalten aan droge stof leveren wel een hoger aandeel energie en structuur (wenselijk), maar verhogen de kans op broei in schimmel in de kuil. Over het algemeen werken blankvleesbedrijven met lage voersnelheden. Het ontstaan van broei en schimmel kan problemen met vertering en voeropname veroorzaken. Als de mogelijkheden om in te kuilen optimaal zijn (gronddek, voldoende aanrijden tijdens oogsten) is het mogelijk een wat hoger droge stofgehalte te realiseren. Snijmaïs met droge stofgehalte lager dan 33% laat zich goed conserveren. Het nadeel is echter dat de voederwaarde van deze maïs sterk afneemt (door o.a. een lager zetmeelgehalte). Daarnaast levert deze snijmaïs hogere inkuilverliezen op (uittreding van vocht) en kan ook de opname in de problemen komen door het hogere aandeel zuren die vrijkomen bij de conservering van de kuil. Overigens betaalt Alpuro ook een bonus voor een droge stof gehalte van de snijmaïs van 34 en 35%. Voederwaarde De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat het voeren van uitsluitend snijmaïs niet de maximale technische prestaties geven. Dit wordt met name veroorzaakt door de eenzijdige samenstelling van snijmaïs. Het eiwitgehalte is laag, essentiële vitaminen en mineralen ontbreken en het risico op een hogere ijzeraanvoer is hoog. Om die reden is het altijd verstandig een deel van het ruwvoederrantsoen uit Ruwvoerdermix te laten bestaan. De snijmaïs moet dan ook voldoende structuur bevatten. In combinatie met een voldoende hoog zetmeel gehalte (340 gram per kg ds of hoger) met een voldoende aandeel bestendig zetmeel (30-35%), is deze combinatie de perfecte aanvulling op de Ruwvoedermix. Dit betekent dat een voldoende rijpe snijmaïs van groot belang is voor blankvleeskalveren. Alpuro adviseert daarom ook tijdig in te zaaien met een niet al te laat rijp ras. Deze maïs kan geoogst worden als ze harddeegrijp is. Een nutriënt waar wat minder aandacht voor is, is het eiwitgehalte. Echter kan het interessant zijn hier ook aandacht aan te besteden. Over het algemeen zijn rantsoenen van blankvleeskalveren eenzijdig. Hoe hoger het eiwitgehalte in de snijmaïs hoe beter. Automatisch betekent dit dat Alpuro zeker niet streeft naar een maximale opbrengst aan tonnen snijmaïs per hectare. In eerste instantie lijkt dit interessant. Echter als alle aspecten worden meegenomen, blijkt dat met dit type snijmaïs zeker niet de hoogste rendementen kunnen worden behaald. Oogsten Gezien het belang van het oogsttijdstip kan het goed zijn alvast afspraken te maken met uw loonwerker over het oogstmoment en de oogstwijze. Regelmatig ontstaat begin september al de druk om te oogsten. Loonwerkers hebben hier belang bij, gezien de spreiding van hun uren. Een aantal veehouders hebben snijmaïs nodig en beginnen om die reden al te oogsten. De angst voor regen en het enthousiasme van het moment zorgen er voor dat regelmatig de snijmaïs te vroeg in de kuil komt. Maak daarom met uw loonwerker nu al afspraken. Het belang van een lager ijzergehalte voor uw bedrijf vraagt ook extra zorg van de loonwerker: laat de loonwerker bijvoorbeeld altijd eerst een ander perceel oogsten alvorens bij u te komen (in verband met roestvorming in de machines). Daarbij zijn er door de ontwikkeling in landbouwmachines steeds snellere oogsttijden. Het gevaar bestaat dat de kuil niet voldoende wordt aangereden. Maak ook daarover afspraken als er nog voldoende tijd voor is! Overigens is het in veel gevallen interessant een perceel in twee keer te oogsten. Het uitmaaien van de randen van het perceel voorkomt schade door regenval en geeft het overgrote deel van het perceel te tijd voldoende af te rijpen. Ook kan tijdens het oogsten van de perceelsranden perfect de status van de snijmaïs worden beoordeeld. |
||
| Alpuro - Tel.: +31 577 40 81 11 - Fax: +31 577 48 81 00 - info@alpuro.nl | |||
